Kwakende kikkers op je CV


Nu 2 weken naar Panama en dan terug naar Nederland. In mijn hangmat, tussen wuivende palmen, zit ik met mijn laptop en zoek naar vacatures op het internet. De eerste brieven zijn er al uit…………





Schreeuwend door de megafoon probeert een man Acaí, een hippe vruchtendrank die iedereen gulzig tot zich neemt vanwege de vermeende anti-oxidanten, te verkopen. De Acaí-man. Ineens komt de geur van gegrilde gamba’s je tegemoet vanuit de plastic bakken van de gamba-man. Een stukje verderop prijst iemand fanatiek zijn waren aan aan een stel nee-schuddende toeristen, de tassen-man. Een oude man slentert voorbij met een grill in zijn hand en een zak met kaas over zijn schouder, de kaas-man. In een wit gewaad en met een koelbox onder zijn arm slalomt hij tussen de vele mensen door, de broodjes-man. Al snel herken je de gezichten van de verkopers, probeer je wat uit en voor je het weet lig je met een volle buik op het strand.
Ipanema is een mooie, dure wijk. Straten vol enorme bomen en pittoreske straatsteentjes. De wijk is bezaaid met dure boetiekjes en verse fruitsap-barren.. Het is niet alleen pracht en praal. Niet ver van Ipanema liggen favella´s, sloppenwijken. Met een tour kun je een aantal bezoeken. Ik had even mijn twijfels, want je wilt niet binnen lopen met het gevoel van ´aapjes kijken´, maar heb het toch gedaan. Het wordt uitgevoerd door een aantal bewoners van deze wijken en met het geld dat ze ermee verdienen, ondersteunen ze projecten binnen de favella. Ook willen ze hiermee het slechte imago van de favella verminderen. 

Het was erg interessant door de smalle, met huizen volgebouwde, straten te lopen. Alles is bovenop en onder elkaar door gebouwd. De algemene regel qua electriciteit is dat je niet betaalt, maar aftapt bij een ander. Zo ontstaat een wirwar aan draden die door de smalle gangen krioelen. Halverwege de tocht knalt er vuurwerk, een waarschuwingsteken voor de drugsdealers dat de politie op komst is. Na het zien van de waargebeurde film ‘City of God’, is dit een minder geruststellend idee.

Een oude man kwam naast me staan. Hij groette me, keek me aan met zijn scheve bril en lachte breeduit waardoor hij met moeite zijn loszittend kunstgebit binnen kon houden. Hij vroeg beleefd of hij me mocht vergezellen tijdens de rit naar het nationaal park. Geen probleem antwoordde ik. Dat werd het 15 minuten later wel. De bus was vrijwel leeg. Ik stapte in, zette mijn tas demonstratief naast me op de stoel en propte snel de oordopjes van mijn i-pod in mijn oren. In mijn ooghoek zag ik de oude man wild gebaren naar mijn tas. Ik gebaarde terug dat hij ook wel ergens anders kon gaan zitten. Zuchtend pakte hij mijn tas en zette het op een andere stoel en plofte iets te dicht naast me neer. De weinige passagiers in de bus keken me verbaasd aan en ik keek even verbaasd terug. Met zijn loszittende kunstgebit begon hij vele verhalen tegen me te vertellen. Gelukkig reed de chauffeur 3 keer harder dan de toegestane snelheid en kon ik bij aankomst het park inhollen, want hij sprak sneller dan dat hij liep. 


Druipend heb ik me af laten zetten op een strandje in de buurt. Mezelf uitgespreid op de hete rotsen om maar snel te kunnen opdrogen. Vanaf de rotsen had ik een mooi uitzicht op de watervallen en kon ik de volgende ladingen toeristen bekijken die richting de watervallen werden gevaren.
Paul, een goede vriend uit Nederland, wachtte me op in Buenos Aires. Het hele weekend samen door de stad gelopen, verkeerde bussen genomen naar dubieuze wijken, marktjes afgestruind en uiteraard restaurants en cafés rijkelijk bezocht.
Het is moeilijk om Buenos Aires te verlaten. Het blijft elke dag weer geweldig om je onder te dompelen in de drukte van deze wereldstad. De 2,8 miljoen mensen die door deze stad gonzen.
De goede restaurants, waar je zonder probleem om middernacht binnen kunt stappen om uitgebreid te eten. Tango-muziek die in sommige wijken op elke straathoek klinkt. 

Empanadas in vele smaken en vormen die gulzig door de Argentijnen worden opgepeuzeld. Eindeloze rijen voor de bus. Niet voordringen zoals in Nederland. Om met de bus mee te mogen, moet je wel over muntjes beschikken. Zodra je je grote teen op de eerste trede hebt gezet, scheurt de bus al weg. Wankelend loop je de bus in en gooi je je muntjes in de betaalautomaat. Als je geen muntjes hebt, wordt je zonder pardon de bus uitgezet. Bankbiljetten wisselen is ondenkbaar in de ogen van de chauffeur.
De stad van de mate…overal en altijd wordt mate gedronken. Een soort thee met blijkbaar veel opwekkende effecten. De mate wordt in een kop geplaatst (vaak gemaakt van kalebas) en wordt overgoten met heet water. Na 2 slokken is het op en wordt er weer nieuw water bijgegoten. Naast de mate-beker dragen de Argentijnen dan ook een thermosfles met heet water.
Mate drink je niet alleen, maar deel je met iedereen om je heen. Zo krijgt de buschauffeur een slokje, de buurvrouw achter je en de oude meneer voor je. Iedereen sabbelt aan hetzelfde rietje.



Mijn tas ondersteboven gehouden, eindelijk tijd om alles te reorganiseren. Ik pak minstens elke dag mijn rugzak opnieuw in, want dat wat ik nodig heb, ligt altijd op de bodem. Veel backpackers trekken tegenwoordig een grote koffer op wieltjes achter zich aan, vol make-up en pumps in alle kleuren, maar ik sjok door de straten met sexy bergschoenen en mijn onhandige rugzak.
Vervolgens naar het ticket-office gelopen voor een busticket. Ik nam een iets te scherpe bocht en botste tegen een man aan. Na mijn verontschuldigingen snel naar de balie gelopen om een ticket te kopen. Ik vertelde waar ik heen wilde en ineens stond de man weer naast me. Hij bleek de chauffeur. Oeps. Hij vertelde me dat hij die dag nog precies 1 plek had in de bus. 'Ga je mee, we vertrekken over 15 minuten!' riep hij enthousiast. Ik knikte, drukte mijn, net gekochte, ontbijt in zijn handen en holde naar het hostel om mijn tas te halen. Snel alles erin gepropt en met een uitpuilende rugzak terug gestrompeld. Even later zat ik in de bus vol met schoolkinderen. Lang leve de oordoppen. 
Salta, Argentinië! Gezellige stad met terrasjes op elke straathoek, de beste wijnvelden van het land en een interessant museum. Hierin wordt de mummie tentoongesteld van het 15-jarige Inca-meisje dat in 1999 op 6730 meter hoogte gevonden op de Llulaillaco-vulkaan in het Andesgebergte. Ze werd waarschijnlijk ergens in de Middeleeuwen geofferd als dank voor een goede maisoogst. Voor het mensenoffer werden de mooiste kinderen uit adellijke families uitgekozen. Ze werden in sierlijke kleren gestoken en naar de top van de berg gebracht. Daar kregen ze maisbier te drinken, om nooit meer wakker te worden. Nadat ze waren achtergelaten op de berg vielen ze in slaap vanwege het koude weer. Ze stierven aan onderkoeling. Wetenschappers menen dat de Inca’s dachten dat de kinderen niet zouden sterven, maar verenigd zouden worden met hun voorouders, om hun dorpen te beschermen.
Na dit culturele gebeuren ben ik weer eens een kapper binnengestapt. Het moet toch een keer goed gaan zou je denken. Hij knikte begrijpend toen ik uitbeelde dat ik maar 1 cm van mijn haar af wilde knippen. Hij gebaarde me te zitten, nam de schaar en kam in zijn hand en nam zijn telefoon op. Met de telefoon tussen schouder en oor ingeklemd, begon hij enthousiast te knippen. Ik zat op de stoel en zag de lange lokken om me heen vallen. Met grote ogen keek ik hem aan, maar hij belde vrolijk verder met zijn vriend. Dit was toch echt 15 cm! Veel kon ik er niet meer aan doen, maar hij zag er hip genoeg uit, dat ik het maar heb ondergaan. En nu heb ik na 15 jaar ineens weer een pony!
Ik liep de zaak uit en hij omhelsde me innig en gaf me een kus. Had hem stiekem willen knijpen, maar hij overdonderde me. In Argentinië koop je een paar goedkope oorbellen waarna je wordt omhelsd en vrolijk wordt uitgezwaaid door de verkoopster.


Vanuit Salta rij je via de ‘Quebrada de Cafayate’ naar het wijngebied Cafayate. De Quebrada is een gebied met roodgekleurde rotsformaties. Een aantal van deze rotsen heeft een bijzondere naam gekregen, zoals ‘The devil’s throat’, ‘The toad’ en ‘Castles’. Geen idee hoe lang de bedenker heeft doorgebracht in een van de vele wijnhuizen in de regio. Ik heb een ruime fantasie, maar kon er niet altijd wat van maken. Een paar uur door het gebied gelopen met liters water en handenvol zonnebrand factor 30.
Wijnvelden genoeg in Cafayate. Meegegaan met een wijntour in de regio. 's Morgens werd ik opgehaald en 15 minuten later stond ik met mijn eerste wijn in de hand. Enorm lekkere wijn. Jammer dat het nog zo vroeg was en dat ik mijn auto niet kon voorrijden. Had de bak zeker volgeladen. De wijn is overheerlijk en kost erg weinig. 




Op deze hoogte zijn kale vlaktes, zand, rotsen met het typische mos kenmerkend voor deze hoogte en een constante gure wind. Het hoogste punt ligt boven de 5000 meter. 

Mijn jeepgenoten gingen terug naar Uyuni, ik kreeg een lift naar Chili. Spullen overgeladen in een andere jeep en door iedereen uitgezwaaid. We waren net uit zicht, toen de motor stopte. Prrt, prrt, prrt.....stilte.
